Meteen naar de inhoud

Steenmeel goed alternatief voor kalk als maatregel tegen verzuring

  • door
  • 2 maart 202211 juni 2022

bron: Ministerie van LNV
Datum: 24 februari 2022
Gepubliceerd op: GroeneRuimte

Bekalking in natuurgebieden als maatregel tegen verzuring door stikstofdepositie heeft alleen zin als er eerst wordt geplagd en het rijke organische materiaal wordt beperkt. In bossen bestaat de indruk dat inzet van steenmeel wel effectief is zonder dat er verruiging optreedt. Dat schrijft minister Van der Wal voor Natuur en Stikstof aan de Tweede Kamer.

Bekalken van bossen was in het verleden een effectgerichte maatregel tegen verzuring. in de praktijk bleek echter dat ernstige verruiging van de vegetatie optrad door verhoogde afbraak van organisch materiaal. Door die afbraak komt in korte tijd een grote hoeveelheid voedingsstoffen vrij waar plantensoorten zoals brandnetels van profiteren, en die verdringen de systeemeigen soorten van verzuringsgevoelige bossen.

Weliswaar werd de verzuring door zwavel- en stikstofverbindingen dus bestreden, maar van natuurherstel was geen sprake: de vermestende effecten van stikstof werden er juist door versterkt. Dit heeft ertoe geleid dat bekalking alleen een erkende herstelmaatregel is als er eerst geplagd kan worden, want dan is het risico op verhoogde afbraak van organisch materiaal beperkt.

In bossen is plaggen echter geen optie. Daarom is gezocht naar een alternatief. Dat lijkt te zijn gevonden in de toepassing van steenmeel: die hypothese is dat de verzuring hierdoor wordt bestreden zonder dat verruiging plaatsvindt. De afgelopen jaren is deze maatregel op experimentele basis toegepast, ook in bossen. De hoop is dat de maatregel in de komende jaren kan worden opgeschaald.

Daadwerkelijke verzuring van de bodem wordt niet landsdekkend gemeten. Door het Planbureau voor de Leefomgeving is een grove indicatie gegeven van de geschiktheid van milieucondities in relatie tot stikstofdepositie. Daaruit blijkt dat van circa 95% van de bossen de milieuconditie niet goed is. Door de gekozen methodiek lijkt dit een overschatting te zijn.

Binnen de Natura 2000-gebieden beschermde habitattypen zijn alle boshabitattypen in meer of mindere mate verzuringsgevoelig, behalve de wilgenbossen langs de rivieren. De grootste problemen treden op bij de eiken- en beukenbossen op de voedselarme zandgronden.